Klaagzang van een zwarte Piet (2013)

Het hele jaar had Piet op zijn luie krent in de zon gezeten en gelegen,
heerlijk warm, het Spaanse klimaat, dat is echt een zegen.
Maar in november en begin december was het aanpoten geblazen.
Dan kreeg je zeker weten, gedonder in de glazen.
Zijn baas wilde sinds mensenheugenis zijn verjaardag gaan vieren,
in het hoge noorden, daar waar het altijd waaide door alle spleten en kieren.

Op een zonnige, maar toch sombere middag in Madrid schreef hij meerdere brieven.
Nee, dit zou de Sint, dat wist hij nu al, niet gerieven.
De eerste brief was geadresseerd aan de Nederlandse justitie.
En een tweede aan de Bond tegen Pedofielen, die namen zéker notie.
Hierna schreef hij nog wat opruiende geschriften naar etnische minderheden.
Ziezo! Hij wist nu zeker, de Sinterklaasviering behoorde spoedig tot het verleden.

Net toen hij dacht, dat zijn brief aan justitie niet was aangekomen,
zag hij aan de horizon een Hollands fregat opstomen.
Al spoedig was het schip door mariniers geënterd en geheel overhoop gehaald.
De hele lading werd geconfisqueerd en door de bemanning stevig gebaald.
Sinterklaas werd door twee mannen, gestoken in zwarte kleding, flink verhoord.
‘Waar zijn de slaven? Zeg nu waar zijn ze verborgen hier aan boord!’

Uiteindelijk kwam de sint in de haven van Maastricht aan,
waar op de kade in andere tijden duizenden kinderen en hun ouders hadden gestaan.
Maar deze keer was het anders, de ouders hadden hun kinderen thuis gelaten
en spandoeken meegenomen, ze schreeuwden en brulden, ze schenen hem te haten.
‘Vuile pedo, vieze oude vent, blijf met je poten van onze kinderen af!
Als je van die schuit af komt, zullen we je slaan… met je eigen staf.’

Overal waar de Sint verscheen, stond er wel een actiegroep paraat,
bij de intocht in Eindhoven werd hij bijna gelyncht op straat.
Een groep fanatieke moslims probeerde al zijn medewerkers te “bevrijden”,
want waren zij niet van Moorse afkomst en moesten zij niet de islam belijden?
In Breda was het al niet veel beter, daar stonden Surinamers te demonstreren,
om zich tegen onderdrukking van de zwarte medemens te keren.

Uiteindelijk kon Piet, geheel gefrustreerd, het zwijgen niet meer bewaren
en moest hij huilend alles aan de sint verklaren.
De Goedheiligman luisterde verbijsterd naar het gehele relaas
en gaf toen de de zak aan deze Pieterbaas.

Piet moet nu hard werken – niet slechts twee weken – maar gedurende het gehele jaar.
Om vijf uur in de morgen staat hij op en nooit is hij voor zessen klaar.
Och, kreunde hij. Was hij nog maar een zwarte piet, een simpele moor,
slechts twee weken werken in plaats van het hele jaar door.